head base

Settepietre

Deze wijn is een blend van twee autochtone druifsoorten uit onze region, de Coda di Volpe (letterlijk: ‘Vossenstaart’, 70%), en de Fiano druif (30%). De naam van de eerste druif komt uit het Latijn "Cauda Vulpium", vanwege de karakteristieke vorm van de druiventros, die erg lijkt op de vorm van een vossenstaart. De druiven zijn rijp in de eerste helft van oktober, en bevatten dan een hoog suikerniveau en een gematigde zuurgraad. Deze wijn is citroen-kleurig met rijke en intense fruit en bloemgeuren. Fris en zacht in de mond, met tonen van citrusvruchten en kweepeer.

Voor meer informatie over de Fiano druif kunt u de specifieke pagina op deze website die aan de Fiano di Avellino is gewijdt bezoeken.

Terroir

De Settepietre wijn wordt gemaakt in het heuvelgebied rondom Avellino, vlakbij Paternopoli, een klein dorpje in het midden van Campanië. Onze wijngaarden bevinden zich op een hoogte van circa 550 meter boven zeeniveau. De bodem is een mengsel van kalksteen, mineralen, klei en vulkanische afzettting. 
Het microklimaat is relatief droog, waarbij de grote fluctuaties in temperatuur tussen dag en nacht de wijn een frisse ‘bite’ aan deze autochtone wijn geeft.

Vinificatie

Na met de hand geoogst te zijn in de eerste helft van oktober, worden de druiven 12 uur lang geweekt bij een temperatuur van 10˚C, waarna ze langzaam worden geperst. Hierop volgt een gisting van 15 dagen bij een temperatuur van 18˚C. De wijn wordt jong gebotteld in het voorjaar volgend op de oogst. Na botteling rijpt de wijn nog 2 maanden op fles waarna deze op dronk is.

De geschiedenis van de druif

Antieke witte druifsoort die al sinds de Romeinse overheersing verbouwd wordt, en zich heeft verspreid door heel Campanië. Deze druifsoort, die haar maximale potentie bereikt in Irpinia rijpt laat en is in onze regio de vierde meest verbouwde autochtone druif.

Voedselcombinatie en serveersuggestie

Geschikt om de hele maaltijd te begeleiden, en is het meest geschikt als begeleiding van verse pasta, frisse zomerse salades, lichte gerechten en verse kazen. De ideale serveertemperatuur is 8˚C - 10˚C, in ruime tulpglazen geschonken. Deze witte wijn dient jong gedronken te worden, bij voorkeur binnen drie jaar na de oogst.